De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 onderdeel 2.1 van de
tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het
belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de
belastingplicht.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
aanvangt zijn de rechten bedoeld in hoofdstuk 2 onderdeel 2.1
van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel twaalfde
gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in
dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde
gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten bedoeld in
hoofdstuk 2 onderdeel 2.1 van de tarieventabel, als er in dat
jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle
kalendermaanden overblijven.
Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.
De rechten als bedoeld in hoofdstuk 2.6 en 2.7 is verschuldigd
bij de aanvang van de dienstverlening.
Belastingbedragen van minder dan € 5,-- worden niet
geheven.
Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen reinigingsrechten of
andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.
Hoofdstuk III
Artikel 16
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigigngsrechten 2016