De belasting, bedoeld in hoofdstuk 1 onderdeel 1.1 en 1.2 van de
tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het
belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de
belastingplicht.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
aanvangt, is de belasting, bedoeld in hoofdstuk 1 onderdeel 1.1
en 1.2 van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel twaalfde
gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in
dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde
gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting bedoeld
in hoofdstuk 1 onderdeel 1.1 en 1.2 van de tarieventabel, als er
in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle
kalendermaanden overblijven.
Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een
ander perceel in feitelijk gebruik neemt.
De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 onderdelen 1.7 tot en
met 1.12 is verschuldigd bij de aanvang van de
dienstverlening.
Belastingbedragen van minder dan € 5,-- worden niet
geheven.
Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen afvalstoffenheffing of
andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.
Hoofdstuk II
Artikel 8
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigigngsrechten 2016