**1..** Bij het verstrekken van alle maatwerkvoorzieningen, zowel bij verstrekking in de vorm van een pgb als in natura, is een bijdrage in de kosten verschuldigd, met uitzondering van de volgende voorzieningen of ondersteuning:
rolstoelen;
collectief vervoer;
toegankelijkheidsaanpassingen bij gemeenschappelijke deuren;
kindverzorging ((her)indicaties van na 1 januari 2016);
maaltijdverzorging ((her)indicaties van na 1 januari 2016);
persoonlijke verzorging ((her)indicaties van na 1 januari 2016);
de laagste ondersteuning bij sociaal en persoonlijk functioneren (waakvlam) ((her)indicaties van na 1 januari 2016).
**2..** De bedragen en het percentage die gelden voor de maximale bijdrage in de kosten bij het verstrekken van de in het eerste lid genoemde maatwerkvoorzieningen, met uitzondering van beschermd wonen en opvang, zijn gelijk aan de bedragen zoals opgenomen in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2016, artikel 3.8, lid 1, zoals jaarlijks aangepast door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
**3..** De bedragen die gelden voor de maximale bijdrage in de kosten bij het verstrekken van de maatwerkvoorziening beschermd wonen, zijn gelijk aan de bedragen zoals opgenomen in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2016, artikel 3.11 en artikel 3.12, zoals jaarlijks aangepast door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
**4..** De berekening van de bijdrage in de kosten voor opvang vindt plaats conform de beschrijving in de “Verordening eigen bijdragen maatschappelijke opvang en vrouwenopvang 2014”. De bijdrage wordt jaarlijks vastgesteld op basis van de dan geldende bijstandsnorm, de Nibudnorm voor persoonlijke uitgaven en de richtlijnen voor de zorgverzekering.
Hoofdstuk 5.
Artikel 22
Bijdragen voor maatwerkvoorzieningen
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Maassluis Vlaardingen Schiedam 2016