**1..** De belasting wordt geheven: a. van degene, die bij het begin van het
belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
van een perceel, dat direct of indirect is aangesloten op de
gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en b. van de
gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de
gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen:
gebruikersdeel.
**2..** Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een
onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of
beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar
als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt
dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of
beperkt recht is.
**3..** Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker aangemerkt:
a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet
krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht
gebruikt; b. ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte
als bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat
gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.
Artikel 3
Belastbaar feit en belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invorering van rioolheffing 2016 (Verordening rioolheffing 2016)