In deze verordening wordt verstaan onder:
a.
haven:
de havens die in eigendom, beheer of gebruik zijn bij de gemeente
b.
kaden:
de bij de haven behorende, voor de openbare dienst bestemde kaden en wallen van de gemeente voor de opslag van geloste of ter inlading aangevoerde zaken;
c.
vaartuig:
elk voorwerp, dienende tot vervoer te water, met inbegrip van lichterschepen, vlotten, botenhuizen en woonschepen;
d.
schipper:
hij/zij die aan boord van enig vaartuig het gezag voert of feitelijk met de uitvoering daarvan belast is;
e.
waterverplaatsing:
de in volumen uitgedrukte waterverplaatsing van een vaartuig tussen het vlak van de grootste toegelaten diepgang en het vlak van inzinking bij ledige toestand;
f.
lengte:
de afstand, gemeten tussen voorsteven en achtersteven, met inbegrip van uitstekende delen van het vaartuig;
g.
breedte:
de afstand op het grootspant, met inbegrip van uitstekende delen van het vaartuig;
h.
havenmeester:
de ambtenaar aan wie het toezicht op de haven en de kaden is opgedragen of diens plaatsvervanger;
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van scheepvaartrechten 2016