In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
moeten de onroerendezaakbelastingen worden betaald binnen twee
maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van
de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is
dan € 5.000,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen
moeten worden betaald in maximaal 10 termijnen. De eerste termijn
vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van
de volgende termijn telkens een maand later.
Het minimum termijnbedrag bij automatische incasso bedraagt €
15,00.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 7
Tijdstip van betaling en betaling in termijnen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen 2016