**1..** Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 6, 7, 8, 13 en 14 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel van de Invorderingswet 1990 in verbinding met artikel 231, tweede lid, onderdeel a, en derde lid en 237 van de Gemeentewet, op artikel 160,eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede op het betreffende artikel van de in de gemeente Weert geldende belastingverordeningen, waarin aan het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid is toegekend nadere regels te geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de onderscheiden gemeentelijke belastingen, voor zover deze regels in artikel 5 van de betreffende gemeentelijke belasting van toepassing zijn verklaard.
**2..** Voor de toepassing van deze regeling worden rechten aangemerkt als gemeentelijke belastingen.
**3..** De op andere wijze geheven gemeentelijke belastingen bedoeld in artikel 233 van de Gemeentewet, worden voor de toepassing van deze regeling aangemerkt als bij wege van aanslag geheven belastingen, met dien verstande dat wordt verstaan onder de aanslag of de voorlopige aanslag: het gevorderde, onderscheidenlijk het voorlopig gevorderde bedrag. Artikel 2 blijft bij de op andere wijze geheven gemeentelijke belastingen buiten toepassing.
Artikel 1.
Reikwijdte van de regeling
Onderdeel van Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen 2016