Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning
verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen en/of
parkeerapparatuurplaatsen.
Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van
een vergunning.
Een vergunning kan worden verleend aan:
een eigenaar of houder van een motorvoertuig die ingeschreven staat
in de Basisregistratie Personen op een adres in een gebied waar
belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken
parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, te noemen
bewonersvergunning;
een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep of
bedrijf uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede
door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
aanwezig zijn, te noemen bedrijfsvergunning;
degene, die ingeschreven staat in de Basisregistratie Personen op
een adres binnen een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede
door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
aanwezig zijn, ten behoeve van het parkeren van een motorvoertuig
van bezoekers van bewoners, te noemen bezoekersvergunning
bewoners;
degene, die een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar
belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken
parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, ten behoeve van het
parkeren van een motorvoertuig van bezoekers van bedrijven, te
noemen bezoekersvergunning bedrijven;
de dierenambulance, medewerkers van de GGZ en professionele
zorginstellingen die eerstelijns hulpverlening bieden in één van de
vergunninggebieden, waarmee geparkeerd kan worden op
belanghebbenden- en parkeerapparatuurplaatsen in alle gebieden,
onder het door het college nader te bepalen voorwaarden, te noemen
zorgverlenersvergunning;
een eigenaar of houder van een motorvoertuig, voor zover het
voertuig noodzakelijk is voor het uitvoeren van werkzaamheden in de
onmiddellijke omgeving van de betreffende locatie, op plaatsen als
bedoeld in het eerste lid, moet worden geparkeerd, te noemen
aannemersdagvergunning;
vervallen;
een eigenaar of houder van een motorvoertuig, waarmee geparkeerd kan
worden op belanghebbenden- en parkeerapparatuurplaatsen in alle
gebieden, te noemen overallparkeervergunning.
hulpdiensten politie en brandweer, waarmee ten behoeve van het
uitvoer geven aan spoedeisende hulpverlening zonder herkenbare auto,
dienen te parkeren op belanghebbenden- en parkeerapparatuurplaatsen
in alle gebieden, te noemen functionele vergunning;
een voertuig van een autodeelbedrijf, waarmee geparkeerd kan worden
op belanghebbenden- en parkeerapparatuurplaatsen in alle gebieden,
te noemen autodeelvergunning.
een houder van een gehandicaptenparkeerkaart, niet uitgegeven door
de gemeente Delft, waarmee geparkeerd kan worden op belanghebbenden-
en parkeerapparatuurplaatsen in alle gebieden, te noemen
gehandicaptenvergunning.
Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen
aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet
aan één van de in het derde lid genoemde vereisten.
Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal
uit te geven vergunningen per aaneengesloten gebied, per categorie
en per houder vaststellen.
Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen
verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede
verdeling van de beschikbare parkeerruimte.
Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten, bij een
functiewijziging van een pand of object, het aantal toe te kennen
parkeerproducten te beperken tot het maximale aantal
parkeerproducten dat voor de functiewijziging ten behoeve van het
betreffende pand of object kon worden uitgegeven.
Afdeling II
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Delft 2016