Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Termijnen van betaling

Onderdeel van VERORDENING RIOOLHEFFING 2016

1.. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2.. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, dat -ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer is dan € 80,-- en minder dan € 2.722,-- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van belastingschuldige kunnen worden afgeschreven- de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. 4.. De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel