In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet gelden de termijnen zoals gesteld in het eerste tot en met het vierde lid:
**1..** De voorlopig gevorderde bedragen en het definitief gevorderde bedrag moeten tegelijk worden betaald met en op dezelfde wijze als die waarop de voorschotnota’s en de eindafrekeningsnota van het waterbedrijf moeten worden betaald.
**2..** De door de gemeente rechtstreeks opgelegde aanslagen moeten worden betaald in één termijn die vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
**3..** Wanneer door belastingplichtige toestemming is verleend voor automatische incasso, moet de aanslag, als bedoeld in het tweede lid, worden betaald in vijf gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt één maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.
**4..** In afwijking van het gestelde in het derde lid geldt: wanneer het totaal verschuldigde belastingbedrag op een aanslagbiljet minder bedraagt dan € 30,- en meer bedraagt dan € 1.750,- dient de aanslag te worden betaald in één termijn die vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
**5..** De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.
Artikel 10
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2016