Naar hoofdinhoud
1.. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten als bedoeld in de onderdelen 6.2, 6.3 en 6.4 worden betaald in één termijn die vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2.. Indien door de belastingplichtige toestemming is verleend voor automatische incasso, worden de rechten als bedoeld in de onderdelen 6.2, 6.3 en 6.4 ingevorderd in vijf gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.. In afwijking van het in het tweede lid gestelde zijn de rechten met een bedrag van minder dan € 30,00 en meer dan € 1.750,00 invorderbaar in één termijn die vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 4.. De gedagtekende schriftelijke kennisgeving moet worden betaald binnen 30 dagen na dagtekening van deze kennisgeving. 5.. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste tot en met het vierde lid gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel