**1..** Een deelnemende gemeente kan uittreden door toezending van de
daartoe strekkende besluiten van haar organen aan het Algemeen
Bestuur.
**2..** Uittreding kan, behoudens door het Algemeen Bestuur toe te stane
afwijking, slechts plaatsvinden per 1 januari van het jaar volgend
op dat waarin het besluit tot uittreding is opgenomen in het
register als bedoeld in artikel 27, tweede lid van de Wet
gemeenschappelijke regelingen.
**3..** Na ontvangst van de besluiten als bedoeld in het eerste lid verleent
het Dagelijks Bestuur aan een in overleg met de uittredende gemeente
aan te wijzen deskundige opdracht om een liquidatieplan op te
stellen als ware tot opheffing van de regeling besloten. Daarbij
wordt tevens een afkoopsom berekend als bijdrage in ander relevante
kosten, voortvloeiende uit de toerekening van kosten uit de
Gemeenschappelijke Regeling Samenwerkingsorgaan Westfriesland. De
kosten van dit plan komen voor rekening van de uittredende
gemeente.
**4..** Nadat het in het voorgaande lid bedoelde plan door het Algemeen
Bestuur is vastgesteld, is de uittredende gemeente gehouden om
binnen een termijn van zes maanden na de goedkeuring van dit plan de
daarin voor de uittredende gemeente omschreven financiële
verplichtingen aan het lichaam te voldoen. Eerst na de voldoening
hiervan is de uittredende gemeente van haar financiële
verplichtingen jegens de overig gemeenten en het lichaam
ontslagen.
Hoofdstuk IX
Artikel 29
Artikel 29
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Centraal Afvalverwijderingsbedrijf West-Friesland (CAW)