Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 5

Subsidiabele activiteiten

Onderdeel van Subsidieverordening Sport

1.. Aan een sportvereniging en een gehandicaptensportvereniging kan subsidie worden verstrekt om deze bij de door haar georganiseerde activiteiten in het kader van sportbeoefening van jeugdigen tot en met 23 jaar te ondersteunen. 2.. De subsidie wordt verstrekt onder de voorwaarde dat de sportvereniging activiteiten uitvoert in het kader van de vorming van jeugdleden. De activiteiten zijn opgenomen in de bijlage “maatschappelijk vitale activiteitenlijst” behorende bij deze verordening. 3.. Om in aanmerking te komen voor subsidie dienen sportverenigingen: met minder dan 100 jeugdleden minimaal een activiteit in categorie I uit te voeren met 100 tot 250 jeugdleden minimaal een activiteit in categorie I en II uit te voeren met 250 jeugdleden of meer minimaal een activiteit in categorie I,II en III uit te voeren. 4.. Bij categorie III moeten de activiteiten in samenwerking met één of meer andere sportvereniging(en) of maatschappelijke non-profit organisatie(s) worden georganiseerd, waarbij vereist is dat deze partner of indien er meerdere partners zijn één van de partners professioneel deskundig is. Het college is bevoegd om aan de in de bijlage vermelde activiteiten, nieuwe activiteiten toe te voegen of bestaande activiteiten te verwijderen.

Rechtspraak bij dit artikel