**1..** Alle bevoegdheden berusten bij het algemeen bestuur voor zover
deze niet bij of krachtens enige wettelijke regeling of deze
regeling aan het dagelijks bestuur, de voorzitter of directeur
zijn toegekend.
**2..** Onverminderd het bepaalde in artikel 33 van de wet is het
algemeen bestuur in ieder geval bevoegd tot:
het vaststellen van de begroting en jaarrekening;
het vaststellen van het beleidsplan;
het vaststellen van verordeningen door strafbepaling of
bestuursdwang te handhaven;
het voeren van rechtsgedingen;
het besluiten tot het oprichten van en deelnemen aan
gemeenschappelijke regelingen, maar niet voordat de
colleges en de raden unaniem toestemming hebben
verleend;
**3..** Het beleidsplan en/of wijzigingen van het beleidsplan wordt voor
de vaststelling eerst voor een zienswijze voorgelegd aan de
raden. Het dagelijks bestuur reageert schriftelijk op de
zienswijze, alvorens het algemeen bestuur het beleidsplan en/of
wijzigingen van het beleidsplan vaststelt.
**4..** Het algemeen bestuur besluit tot het oprichten van en deelnemen
in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen en
coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen als dat
bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van
het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet
genomen dan nadat de raden een ontwerpbesluit is toegezonden en
in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter
kennis van het algemeen bestuur te brengen.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf
Artikel 15
Bevoegdheden algemeen bestuur
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling WerkSaam Westfriesland