De regeling wordt aangehaald als Nadere subsidieregels Meedoen.
Toelichting nadere subsidieregels Meedoen; sociale activiteiten vrijwilligersorganisaties, (sport)verenigingen, buurthuizen en speeltuinverenigingen
Subsidiëren gebeurt op basis van beleid. Het verlenen van een subsidie is voor de gemeente namelijk een sturingsmiddel voor het bereiken van gewenste maatschappelijke effecten. Daarnaast geeft het voor de organisaties/verenigingen/stichtingen inzicht in de verwachtingen van de gemeente.
Door de subsidiëring direct te koppelen aan het bereiken van bepaalde doelen, kan beter gestuurd worden op de resultaten van de activiteiten.
Dit ligt in de lijn van de gedachte dat niet de gemeente als enig verantwoordelijk is voor het maatschappelijk gebeuren. Naast de eigen verantwoordelijkheid van burgers is er ook verantwoordelijkheid van andere overheden en instanties (provincie, zorgsector, woningcorporaties).
Activiteiten
Het college hecht er aan dat het deelbudget voor de (sociale) activiteiten van de nadere subsidieregels Meedoen; sociale activiteiten vrijwilligersorganisaties, (sport)verenigingen, buurthuizen en speeltuinverenigingen primair wordt gebruikt voor sociale activiteiten die de zelfredzaamheid en het sociale netwerk van wijken/ dorpen bevorderen. De gemeente zal toetsen en toekennen, eventueel na afstemming met de wijkmanager. De wijkbudgetten worden ingezet voor initiatieven voor bewoners, waarbij zelfwerkzaamheid altijd voorwaarde is.
Sportverenigingen kunnen bij de gemeente een aanvraag voor subsidie uit het deelbudget sociale activiteiten indienen ingaande 1 november 2015, onder andere ter bevordering van sportdeelname. Hierbij denken we bijvoorbeeld aan het aanbieden van sport voor nieuwe doelgroepen. Dit vervangt het automatisme dat enkel het hebben van jeugdleden recht geeft op subsidie. Toernooien voor de eigen leden zijn niet subsidiabel.
Buurthuizen / speeltuinverenigingen
De gemeente ziet een belangrijke rol weggelegd voor buurthuizen en speeltuinverenigingen als centrum voor sociale activiteiten. De gemeente staat een manier van werken voor met deze buurthuizen dat ze worden beheerd door een bestuur van bewoners, met betrokkenheid van veel vrijwilligers, met eenzelfde speelveld ten aanzien van vastgoed waarbij de grond om niet in erfpacht wordt uitgegeven en het opstal het eigendom is van het buurthuis of speeltuinvereniging, en met een bijdrage van de gemeente aan de exploitatie. Buurthuizen en speeltuinverenigingen zijn soevereine organisaties en worden bestuurd door vrijwilligers uit de buurt, Buurthuizen zijn er voor sociale activiteiten voor bewoners van die buurt, dorp of wijk. Omdat buurthuizen er vóór bewoners zijn, is het ook logisch dat de buurthuizen dóór bewoners worden bestuurd. Een bewonersbestuur weet het best welke activiteiten wenselijk zijn, welke mensen kunnen worden betrokken als vrijwilliger, welke barprijzen kunnen worden gevoerd, etc.. Hiermee zijn buurthuizen soevereine organisaties met een eigen verantwoording naar de achterban. En ook zelfstandig in het maken van keuzes ten aanzien van de bedrijfsvoering van deze voorziening. De rol en betrokkenheid van de gemeente zit dan met name op de voorwaarden voor subsidiering.
De nadere subsidieregels Meedoen; sociale activiteiten vrijwilligersorganisaties, (sport)verenigingen, buurthuizen en speeltuinverenigingenvervangt de navolgende nadere subsidieregels:
Nadere subsidieregels Activiteiten ouderen;
Nadere subsidieregeling Vrijwilligersinitiatieven;
Nadere subsidieregels Kleintje WMO;
Nadere subsidieregels voor het verlenen van Jeugdsportsubsidie aan amateursportverenigingen;
Nadere subsidieregels Opleidingssubsidies amateursportverenigingen;
Nadere subsidieregels Speeltuinwerk.
Artikel 10.