De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:
voorwerpen, als de gemeente ter zake van het gebruik van de voor
de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of
de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel
229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een
privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;
voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens
eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van
voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;
voorwerpen, waarmee naar oordeel van het college van
burgemeester en wethouders het dorpsschoon wordt gediend;
voorwerpen, ten behoeve van de verkeersveiligheid.
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2016