Inschrijving dient te geschieden op daartoe door of vanwege burgemeester en wethouders vastgestelde en ter beschikking gestelde formulieren en enveloppen voor inzending. Voor niet-verkoopzaken dient men gebruik te maken van inschrijfformulier A en voor verkoopzaken van inschrijfformulier B. Het gebruik van afwijkende formulieren kan NIET worden toegestaan.
Op het inschrijfformulier moet tenminste worden vermeld:
naam, voornaam en adres van de inschrijver, dan wel correspondentieadres indien de inschrijver geen vaste woonplaats heeft, postcode, eventueel telefoonnummer, bank- of gironummer, alsmede de handtekening van de inschrijver;
naam en omschrijving van de inrichting, overeenkomstig de registratie in het Handelsregister, alsmede het Handelsregistratienummer;
de juiste afmetingen van de frontbreedte en diepte of doorsnede van de inrichting, ook van de uitsteekzeilen, oploopvloeren, kassa en dergelijke indien deze buiten de maten van breedte, diepte of doorsnede uitsteken en van vóór-, zij- en achterschoren;
de benodigde aansluitwaarde in kWh;
het aantal woon- en pakwagens;
aanduiding van het (de) terrein(en), waarvoor de inschrijving is bedoeld;
het bedrag, zowel in cijfers als in letters, dat wordt geboden; bij verschil van het bedrag in letters en cijfers, geldt uitsluitend het bedrag in letters;
de verzekeringsmaatschappij waar de exploitant bij verzekerd is tegen de risico's ex artikel 31 van deze voorwaarden;
het bouwjaar en de fabrikant van de kermisinrichting;
een keuringsbewijs, waaruit blijkt dat de kermisinrichting is goedgekeurd door een gecertificeerd keuringsbedrijf.
Op één inschrijfformulier mag slechts voor één inrichting worden ingeschreven. Inschrijvingen van twee of meer exploitanten "in combinatie" zullen terzijde worden gelegd. Wel mag door één exploitant een zogenaamd "combinatiebod" worden uitgebracht voor maximaal twee eigen inrichtingen (te vermelden op inschrijfformulier).
Inschrijvingen bevattende concurrentiebedingen, ten doel hebbend om inrichtingen van andere exploitanten te weren of slechts om bepaalde personen toe te laten, kunnen terzijde worden gelegd. Voordat hiertoe wordt overgegaan moet door de inschrijver nauwkeurig aangegeven worden welke inrichting(en) hij van concurrerende aard beschouwt.
Op ieder inschrijfformulier voor een kermisattractie is een aparte ruimte opgenomen voor het doen van biedingen.
De ritprijzen worden door burgemeester en wethouders vastgesteld.
De ritprijzen zijn:
vermaakzaken:
Een maximum ritprijs van
€ 3,00
familiezaken:
Een maximum ritprijs van
€ 2,50
kinderzaken:
Een maximum ritprijs van
€ 2,00
oefening- en behendigheidsspellen:
Een maximum prijs van
€ 2,00 per spel
Voor bijzondere situaties kunnen burgemeester en wethouders van de vastgestelde ritprijzen afwijken.
Burgemeester en wethouders verstrekken, met uitzondering van de verkoopzaken, speciale ritprijzenbordjes. Deze bordjes vermelden de ritprijs c.q. deelnameprijs waarop ingeschreven is. Deze bordjes mogen door of vanwege de exploitant niet gewijzigd of verwijderd worden. De ritprijzenbordjes dienen duidelijk zichtbaar geplaatst te worden en gedurende de gehele kermis op de kassa zichtbaar te zijn.
Ten aanzien van exploitanten die zich niet aan de overeengekomen ritprijs houden, kunnen burgemeester en wethouders besluiten de kermisinrichting te sluiten zonder dat hiervoor enige waarschuwing is vereist en zonder dat er voor de exploitant enigerlei aanspraak op schadevergoeding bestaat.
Burgemeester en wethouders kunnen dan met de standplaats naar hun verkiezen handelen, zulks onverminderd de verplichting van de inschrijver tot betaling van eventueel nog verschuldigde gelden.
Inschrijvingen van exploitanten bij wie nog een pachtsom open staat worden niet in behandeling genomen, tenzij de exploitant kan aantonen dat hem door of namens burgemeester en wethouders uitstel van betaling is verleend.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om voor en/of na de inschrijving onderhands standplaatsen toe te wijzen om ervoor te zorgen dat een aantrekkelijke kermis gewaarborgd is. Zo nodig kunnen zij een standplaats voor meerdere jaren, doch met een maximum van drie jaren, gunnen.
Artikel 3.
Artikel 3.
Onderdeel van Voorwaarden voor de verpachting van standplaatsen voor inrichtingen ten tijde van de Deventer Paaskermis 2016 en volgend