Ieder, die op of aan de weg of op openbaar water muziek ten gehore brengt of door middel van het gesproken woord dan wel door middel van afbeelding of geschrift, gedachten of gevoelens openbaart, reclame maakt of propaganda verspreidt, is verplicht om, indien zich daarbij wanordelijkheden voordoen, op een daartoe strekkend bevel van een daartoe bevoegd ambtenaar terstond de handeling te staken.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 4.
Artikel 2:9A