De belasting berekend naar de grondslag als bedoeld in artikel 5, lid 2, letter a en het bedrag als bedoeld in artikel 5, lid 2, letter b voor woningen, en het bedrag als bedoeld in artikel 5, lid 2, letter b voor niet woningen tot en met 300 kubieke meter afgevoerd water, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het bedrag als bedoeld in artikel 5, lid 2, letter b voor woningen, en het bedrag als bedoeld in artikel 5, lid 2, letter b voor niet woningen tot en met 300 kubieke meter afgevoerd water, in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als bedoeld in artikel 5, lid 2, letter b voor woningen, en het bedrag als bedoeld in artikel 5, lid 2, letter b voor niet woningen tot en met 300 kubieke meter afgevoerd water, als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het vaste bedrag als bedoeld in artikel 5, lid 2, letter b voor woningen, en het bedrag als bedoeld in artikel 5, lid 2, letter b voor niet woningen tot en met 300 kubieke meter afgevoerd water, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als bedoeld in artikel 5, lid 2, letter b voor woningen, en het bedrag als bedoeld in artikel 5, lid 2, letter b voor niet woningen tot en met 300 kubieke meter afgevoerd water, als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.
De belasting berekend voor niet woningen naar de grondslag als bedoeld in artikel 5, lid 2, letter b vanaf 301 kubieke meter is verschuldigd na afloop van het belastingjaar of eerder indien de belastingplicht binnen de gemeente wordt beëindigd in de loop van het belastingjaar.
Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.