De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: a.
indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
verstrekt; b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden
of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning,
intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de
belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en
beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. indien van de vergunning
of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde
termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een
redelijke termijn; e. indien de houder dit verzoekt.
Hoofdstuk 1
Artikel 1:6
Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening