Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 8

Artikel 2:28a

Terassen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening

1.. Het is verboden zonder vergunning als bedoeld in artikel 2:28 een terras te exploiteren. 2.. In het geval een aanvraag voor een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:28 tevens van toepassing is op één of meer bij de openbare inrichting behorende terrassen, beslist de burgemeester eveneens omtrent de ingebruikneming van de openbare weg als bedoeld in artikel 2:10. 3.. De burgemeester kan het in het tweede lid bedoelde gebruik van de openbare weg weigeren indien de verwachting bestaat dat het gebruik: a. schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar kan veroorzaken voor de bruikbaarheid van de weg of voor doelmatig en veilig gebruik daarvan; b. een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; c. afbreuk doet aan andere publieke functies van de openbare ruimte, inclusief de bescherming van het uiterlijk daarvan. 4.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op openbare inrichtingen als bedoeld in artikel 2:28, zesde lid, indien: a. het terras is gelegen in de onmiddellijke nabijheid van de openbare inrichting; b. de omvang van het terras beperkt is tot maximaal zes tafels en twaalf stoelen; c. het terras tussen 0.00 uur en 8.00 uur gesloten is; d. de stoelen en tafels niet buiten worden opgeslagen; e. op het terras geen muziek te gehore wordt gebracht, tenzij het een collectieve festiviteit betreft als bedoeld in artikel 4:2; f. de verkeersveiligheid niet in gevaar wordt gebracht en de doorgang van het verkeer niet wordt belemmerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel