**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de
aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.
**2..** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid moet de belasting
overeenkomstig de aangifte worden betaald na het einde van het parkeren,
indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de
parkeerapparatuur geschiedt via een verbinding met de centrale
computer.
**3..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de
aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt
verleend.
**4..** In afwijking van het bepaalde in het derde lid kan een
werknemersvergunning door middel van automatische incasso in
maandelijkse termijnen van de betaalrekening van de belastingschuldige
worden afgeschreven. De incassotermijnen vervallen op de laatste werkdag
van de maand;
**5..** Bij de toepassing van het vorige lid wordt het aantal incassotermijnen
gelijk gesteld aan het aantal gehele maanden dat na ingang van de
vergunning overblijft, met dien verstande dat het minimum aantal
termijnen één bedraagt.
**6..** Een naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 234 van de Gemeentewet moet
terstond worden betaald.