**1.** De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden.
**2.** De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan in voorkomende gevallen de controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren.
**3.** Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole vindt periodiek overleg plaats tussen de accountant en een vertegenwoordiging van de Auditcommissie, de portefeuillehouder financiën, de raadsgriffier, het hoofd Advies & Control, het hoofd van de financiële administratie en een vertegenwoordiger van de directie.
Hoofdstuk
Artikel 4.
Inrichting accountantscontrole
Onderdeel van Controleverordening gemeente Rijswijk 2015