Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 11

Vereisten aanvraag.

Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Koggenland 2016

1.. De aanvraag voor een subsidie wordt bij voorkeur digitaal ingediend met behulp van een door het college vastgesteld aanvraagformulier. 2.. Een aanvraag om subsidie bevat naast de in artikel 4:2, eerste lid van de wet en – indien van toepassing – artikel 4:61 van de wet genoemde gegevens. Ter uitwerking van artikel 4:2, tweede lid van de wet bevat de aanvraag minimaal de volgende gegevens: naam en adres van de instelling, samenstelling van het bestuur, een raming van de met de in het activiteitenplan vermelde activiteiten samenhangende inkomsten en uitgaven, een inhoudelijk en financieel verslag van het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend, gegevens over de aard en omvang van het eigen vermogen van de instelling. 3.. Eerste subsidieaanvraag: Indien een instelling voor de eerste keer subsidie aanvraagt, wordt naast de gegevens die worden genoemd in het eerste en tweede lid, een exemplaar van de oprichtingsakte, statuten of reglement overgelegd. 4.. Het college kan met betrekking tot de subsidieaanvraag nadere regels vaststellen en is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in dit artikel genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk, respectievelijk voldoende zijn. 5.. Extra te verstrekken gegevens bij een aanvraag budgetsubsidie: Naast de in het eerste en tweede lid genoemde gegevens bevat deze aanvraag tevens: een inhoudelijk en financieel verslag van het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend, een beschrijving van bestuurlijke, organisatorische dan wel andersoortige verhoudingen met andere instellingen en de wijze van samenwerking daarbij, een beschrijving van de beoogde resultaten en effecten van de activiteiten in relatie tot de gestelde doelen, uitgedrukt in meetbare resultaten, een opgave van de mogelijkheden tot het verwerven van andere inkomsten van gemeentelijke subsidie en de mate waarin daarvan gebruik is of zal worden gemaakt, een begroting van de baten en lasten van het lopende boekjaar, het volgende boekjaar en een toelichting daarop, een globaal inhoudelijk en financieel plan voor de volgende drie boekjaren. 6.. Extra te verstrekken gegevens bij een aanvraag investeringssubsidie: Naast de in het eerste en tweede lid genoemde gegevens bevat de aanvraag tevens: Een inhoudelijk en financieel verslag van het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend. Een materieel en financieel uitgewerkt investeringsplan in de vorm van een programma van eisen en bestek. Door het college goedgekeurde (bouw)tekeningen alsmede een kadastrale perceelaanduiding indien dat voor de investering vereist is. Twee, door verschillende ondernemingen, aan te leveren offertes indien de raming van de investeringslasten hoger is dan € 10.000. Een meer jaren exploitatieopzet waarin de instelling aantoont dat zij de mogelijkheid heeft tot financiering voor de periode van vijf jaar Het college kan bepalen dat voor de beoordeling van de subsidieaanvraag inzicht wordt verschaft in de door de instelling te verkrijgen andere inkomsten. 7.. Aan het verstrekken van een investeringssubsidie worden de volgende nadere voorwaarden gesteld: De ondergrond dient in beginsel eigendom te zijn van de gemeente. Indien de grond of accommodatie geen eigendom is van de gemeente moeten zekerheden worden verkregen ten aanzien van de continuïteit van het huisvesten van de door de gemeente gewenste of gesubsidieerde activiteiten; het aanwezig zijn van een sluitende meer jaren exploitatie over een periode van vijf jaar van de (ver)nieuw(d) accommodatie. De afschrijvingstermijn dient te worden gebaseerd op de functionele of economische levensduur van de investering, een en ander ter beoordeling van en goedkeuring door het college.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel