Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.8

Financiële tegemoetkomingen voor vervoersvoorzieningen

Onderdeel van REGELING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING DEN HAAG 2016

Het college bepaalt de maximum hoogte van de financiële tegemoetkoming voor de kosten van vervoersvoorzieningen aan de hand van de normbedragen in bijlage VI. Dit betreft de volgende voorzieningen: eigen vervoer of vervoer door derden vervoer door middel van een bruikleenauto of open of gesloten buitenwagen rolstoeltaxivervoer begeleidingskosten Indien de in het eerste lid onder a tot en met d vermelde voorziening voor korter dan een jaar wordt verleend, wordt het aldaar vermelde bedrag evenredig verminderd. De financiële tegemoetkoming in de kosten van vervoersvoorzieningen als genoemd in het eerste lid onder a, b en d wordt uitgekeerd als een forfaitaire vergoeding. De financiële tegemoetkoming in de kosten van de vervoersvoorziening als genoemd in het eerste lid onder c wordt uitgekeerd op basis van bevoorschotting en van periodiek in te dienen declaraties door middel van een hiertoe door het college verstrekt formulier. de declaratie voor rolstoeltaxivervoer dient te bestaan uit gegevens waarmee wordt aangetoond dat er gebruik is gemaakt van een rol- of ligstoeltaxi. de gereden ritten komen alleen voor vergoeding in aanmerking wanneer deze plaatsvinden in de directe woon- en leefomgeving. Hieronder wordt verstaan het woonadres in Den Haag met daar omheen een schil van 4 OV-zones, tenzij door het college anders is aangegeven. Titel 3.3 Frequentie van toekenning en afschrijvingstermijnen

Rechtspraak bij dit artikel