Het recht is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar
of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
aanvangt, is het recht verschuldigd voor zoveel
driehonderdvijfenzestigste gedeelten van het voor dat jaar
verschuldigde recht als er in dat jaar, na de aanvang van de
belastingplicht, nog volle etmalen overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel
driehonderdvijfenzestigste gedeelten van het voor dat jaar
verschuldigde recht als er in dat jaar, na het einde van de
belastingplicht, nog volle etmalen overblijven.
Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd.
Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de
op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één
belastingaanslag.
Indien de belastingplicht is beëindigd na de dagtekening van de
aanslag, kan de belastingplichtige een aanvraag tot ontheffing
indienen bij de ambtenaar belast met de heffing.
Hoofdstuk III:
Artikel 14
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2016