**1..** Direct na de opening van de vergadering spreekt de voorzitter of, indien hij zulks niet in overeenstemming acht met zijn innerlijke overtuiging, een door de leden aangewezen lid van de raad, dat zich hiertoe beschikbaar stelt, het ambtsgebed uit.
**2..** Bij het sluiten van de vergadering wordt door de voorzitter of door het aangewezen raadslid, als bedoelt in het eerste lid, een sluitgebed uitgesproken.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 17a
- Ambtsgebed
Onderdeel van Reglement van Orde voor de Raad Zwartewaterland