Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 41

- Mondelinge vragen en beantwoording

Onderdeel van Reglement van Orde voor de Raad Zwartewaterland

1.. Aan het begin van de raadsvergadering, na het spreekrecht als bedoeld in artikel 18, is de gelegenheid voor raadsleden aan het college, een wethouder of de burgemeester vragen te stellen, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenhalfuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenhalfuur eindigt. 2.. Het lid van de raad dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste vóór 10.00 uur ’s ochtends op de dag van de raadsvergadering met het vragenhalfuur bij de voorzitter. De voorzitter kan na overleg met het presidium weigeren een onderwerp tijdens het vragenhalfuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt. 3.. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld. 4.. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. 5.. De vragensteller wordt door de voorzitter voor ten hoogste drie minuten het woord verleend om zijn vraag te stellen. 6.. Het college, de burgemeester of de wethouder krijgt drie minuten om de vraag te beantwoorden. 7.. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst twee minuten de tijd om een korte vervolgvraag te stellen, waarop vervolgens nog een kort antwoord in twee minuten kan volgen. 8.. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Beantwoording van deze vragen dient in ten hoogste drie minuten plaats te vinden. 9.. Indien het niet mogelijk is inhoudelijk de vraag te antwoorden, wordt de vraag binnen 1 week door het college of burgemeester schriftelijk beantwoord. 10.. Tijdens het vragenhalffuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel