Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 45

- Verslag; verantwoording

Onderdeel van Reglement van Orde voor de Raad Zwartewaterland

1.. Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen of in andere organisatie of institutie, heeft het recht verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. 2.. Het raadslid, de wethouder of de secretaris delen het voornemen verslag te doen vóór de aanvang van de vergadering aan de voorzitter mee. 3.. De voorzitter bepaalt of het verslag wordt gedaan direct na vaststelling van de lijst van ingekomen stukken of vóór het sluiten van de vergadering. 4.. Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 40, zijn van overeenkomstige toepassing. 5.. Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 42, zijn van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel