De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de
Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak
vastgestelde waarde voor het tijdvak waarbinnen het in
artikel 1 bedoelde kalenderjaar valt.
Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is
vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van
die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing
van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18, 19
eerste lid, onderdelen b en c, tweede lid, onderdelen b en
c, 20 tweede lid, en 22 derde lid, van de Wet waardering
onroerende zaken.