In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de
Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in
twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de
laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
twee maanden later.
In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het
totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
aanslagen, het bedrag daarvan, meer is dan € 135,-- doch
minder is dan € 3.000,--, en zolang de verschuldigde
bedragen door middel van automatische betalingsincasso
kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden
betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt
één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van
de volgende termijnen telkens een maand later.
In afwijking van het eerste en tweede lid geldt, in geval
het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
aanslagen, het bedrag daarvan, € 135,-- of minder bedraagt,
en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven,
dat de aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke
termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de
dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende
termijnen telkens een maand later.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
voorgaande leden gestelde termijnen.