Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Tijdstippen van verschuldigdheid en termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2016

Voor de in de tarieventabel bij deze verordening behorende nummers 1, 4, 5, 6 en 9 geldt het volgende: De belasting is verschuldigd bij aanvang van het belastbare feit. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen of nota’s dan wel op één aanslagbiljet verenigde aanslagen of nota’s met een totaalbedrag kleiner dan of gelijk aan € 50,00 worden betaald in één termijn welke vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet of nota is vermeld. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen/nota's dan wel op één aanslagbiljet of nota verenigde aanslagen/nota’s met een totaalbedrag groter dan € 4.500,00 worden betaald in één termijn welke vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet of nota is vermeld. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen/nota's dan wel op één aanslagbiljet of nota verenigde aanslagen/nota’s met een bedrag groter dan € 50,00 dan wel kleiner dan of gelijk aan € 4.500,00 worden betaald in vier gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet of nota is vermeld en de volgende termijnen telkens twee maanden later. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 en in afwijking van artikel 7, vierde lid van deze verordening moeten de belastingen als vermeld onder nummers 5 en 6 van de bij deze verordening behorende tarieventabel met een bedrag groter dan € 50,00 worden betaald in vier gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet of nota is vermeld en de volgende termijnen telkens drie maanden later. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 en in afwijking van artikel 7, vierde lid van deze verordening moeten de aanslagen/nota's worden betaald in acht gelijke termijnen indien het bedrag van de aanslag/nota, dan wel het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet of nota verenigde aanslagen/nota's, groter is dan € 50,00 en kleiner is dan of gelijk is aan € 4.500,00 zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige worden afgeschreven. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet of nota is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Voor de in de tarieventabel bij deze verordening behorende nummers 2, 3, 7.1 t/m 7.5 en 8 geldt het volgende: De belasting is verschuldigd bij aanvang van het belastbare feit. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen dan wel op één aanslagbiljet verenigde aanslagen worden betaald in één termijn welke vervalt twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 en in afwijking van artikel 7, negende lid en elfde lid, van deze verordening dienen de aanslagen gemeentelijke heffingen dan wel op één aanslagbiljet verenigde aanslagen gemeentelijke heffingen met een totaalbedrag groter dan € 4.500,00, waarvan de dagtekening in het desbetreffende belastingjaar ligt en waarvoor de belastingplichtige een machtiging heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische incasso, te worden betaald in één termijn welke vervalt twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 en in afwijking van artikel 7, negende lid van deze verordening, moeten de aanslagen, waarvan de dagtekening in het desbetreffende belastingjaar ligt en waarvoor de belastingplichtige een machtiging heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische incasso, worden betaald in zoveel gelijke maandelijkse termijnen als er na de dagtekening van de aanslag nog in het desbetreffende heffingsjaar volle dan wel gedeeltelijke kalendermaanden resteren, met dien verstande dat het aantal maandelijkse termijnen tenminste zes bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Voor de overige aanslagen geldt onverkort de in lid 9 van dit artikel vermelde betalingstermijn. De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Voor de in de tarieventabel bij deze verordening behorende nummers 7.6 en 7.7 geldt het volgende: De belasting is verschuldigd bij aanvang van het belastbare feit. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen of nota’s dan wel op één aanslagbiljet verenigde aanslagen of nota’s met een totaalbedrag kleiner dan of gelijk aan € 50,00 worden betaald in één termijn welke vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet of nota is vermeld. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 en in afwijking van artikel 7, vierde lid van deze verordening moeten de belastingen als vermeld onder nummers 7.6 en 7.7 van de bij deze verordening behorende tarieventabel met een bedrag groter dan € 50,00 worden betaald in vier gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet of nota is vermeld en de volgende termijnen telkens twee maanden later. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 en in afwijking van artikel 7, vierde lid van deze verordening moeten de aanslagen/nota's worden betaald in acht gelijke termijnen indien het bedrag van de aanslag/nota, dan wel het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet of nota verenigde aanslagen/nota's, groter is dan € 50,00, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige worden afgeschreven. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet of nota is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel