In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
moeten de aanslagen voor de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de
tarieventabel worden betaald in drie gelijke termijnen, waarvan de
eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
volgende termijnen telkens een maand later.
In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van
de op één aanslagbiljet verenigde belastingbedragen, of als het
aanslagbiljet maar één aanslagregel bevat het bedrag daarvan, meer
is dan € 50,00, doch minder is dan € 10.000,00 en zolang de
verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso
kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald
in tien gelijke termijnen.
De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het
aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand
later.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
moet de belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden
betaald op het moment van het doen, dan wel op het moment van
uitreiking, van de in artikel 6, lid 2 bedoelde kennisgeving en
ingeval van toezending van die kennisgeving, binnen 30 dagen na
dagtekening daarvan.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 9
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2016