Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 21.

Onderhoud door rechthebbende of belanghebbende bij een algemeen graf

Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Den Haag 2016

1.. Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of de belanghebbende bij een algemeen graf. 2.. De rechthebbende of de belanghebbende bij een algemeen graf is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen. 3.. Indien de rechthebbende of de belanghebbende bij een algemeen graf nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of de belanghebbende bij een algemeen graf en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. 4.. De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de rechthebbende of de belanghebbende bij een algemeen graf door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de belanghebbende bij een algemeen graf niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaatsen op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht. 5.. Het college kan de rechthebbende of de belanghebbende bij een algemeen graf per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaatsen schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden.

Rechtspraak bij dit artikel