Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan
wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen
voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover geen
bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor
een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste
lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of
voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of
opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor
recreatief nachtverblijf.
kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of
gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting
bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen
of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van
recreatief nachtverblijf.
vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat
deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter
beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van
eenzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of een
jaar.
volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte
dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter
beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing
van verschillende kampeermiddelen.
Voor kampeermiddelen op vaste of volgtijdige standplaatsen kan
het aantal overnachtingen bedoeld in artikel 4 op verzoek van de
belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld. Dit verzoek
dient voorafgaand aan het belastingjaar te zijn ingediend.
Gedurende het heffingsjaar kan de heffingsmaatstaf niet worden
gewijzigd.
Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op vaste
standplaatsen wordt per standplaats:
het aantal overnachtende personen gesteld op 2,5
personen;
het aantal nachten gesteld op:
als een kampeermiddel in het belastingjaar geschikt is voor gebruik of
alleen mag worden gebruikt gedurende: meer dan maar niet meer dan
58,6 nachten 0 maanden - 6 maanden
62,5 nachten 6 maanden - 12 maanden
Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op
volgtijdige standplaatsen, wordt per standplaats:
het aantal overnachtende personen gesteld op de
gemiddelde bezetting per kalenderdag.
De gemiddelde bezetting per kalenderdag is de uitkomst van de som van
het aantal personen per telling gedeeld door het aantal tellingen.
Voor de berekening van de gemiddelde bezetting per kalenderdag worden
gedurende het belastingjaar zes tellingen uitgevoerd, waarbij iedere
telling binnen een afzonderlijke periode van twee maanden valt.
het aantal nachten gesteld op 365 dagen.
Artikel 5
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering Toeristenbelasting 2016