Als één ruimte wordt aangemerkt:
een binnen de gemeente gelegen ruimte;
een gedeelte van een in onderdeel a bedoelde ruimte dat blijkens
zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden
gebruikt;
een samenstel van twee of meer onder a bedoelde ruimten of in
onderdeel b bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in
gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar
behoren;
het binnen de gemeente gelegen deel van een in onderdeel a bedoelde
ruimte, van een in onderdeel b bedoeld gedeelte daarvan of van een
in onderdeel c bedoeld samenstel.
Artikel 3.
Belastingobject
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op Roerende woon- en bedrijfsruimten 2016