Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2.

Artikel 6.

Bewonersvergunning

Onderdeel van Uitwerkingsbesluit betaald parkeren Ouder-Amstel 2014

1. . Onverminderd het gestelde in artikel 4, kan het college aan een bewoner, op aanvraag een bewonersvergunning verlenen voor het vergunninggebied waarin hij woonachtig is, indien: hij houder is van een motorvoertuig of brommobiel, en hij in het bezit is van een geldig rijbewijs, en hij woonachtig is in een zelfstandige woonruimte op een adres in een gebied waar parkeerregulering, zoals bedoeld in art. 2 onderdeel b van de vigerende verordening parkeerbelastingen, van kracht is en aan hem niet reeds 2 bewonersvergunningen zijn verstrekt. 2. . Per zelfstandige woonruimte worden maximaal 4 bewonersvergunningen verstrekt. 3. . Indien het in het eerste lid van dit artikel bedoelde adres beschikt, zou kunnen beschikken of had kunnen beschikken over een eigen parkeervoorziening wordt dit aantal eigen parkeervoorzieningen in mindering gebracht op het aantal vergunningen waarop een persoon ten behoeve van het betreffende adres conform het eerste en tweede lid van dit artikel aanspraak zou kunnen maken. 4. . Onder een eigen parkeervoorziening wordt in ieder geval verstaan: Een oprit op eigen terrein met een minimale lengte van 5,50 meter en een breedte van 2,50 meter; Een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken op de openbare weg een parkeerplaats - huur of koop - op het terrein of in de garage van een complex waarvan in de bouwvergunning, de huur- of koopovereenkomst of de erfpachtvoorwaarden is vastgelegd dat deze bedoeld is als parkeergelegenheid voor het adres van de aanvrager; 5. . Een bewonersvergunning wordt verleend op kenteken. 6. . In afwijking van het gestelde in lid 1a en 1b, alsmede lid 5 van dit artikel, maar onverlet de overige bepalingen in de overige leden van dit artikel, kan per adres maximaal één bewonersvergunning op naam worden verstrekt. 7. . Een bewonersvergunning is een vergunningperiode geldig. 8. . Aan de Bewonersvergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is. 9. . Burgemeester en Wethouders kunnen in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen die niet voldoen aan één van de in het eerste lid genoemde voorwaarden, met dien verstande dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld, waarbij gelijk hierbij betrekking heeft op het parkeergedrag annex parkeernoodzakelijkheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel