Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 50.000, dient de
subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het
college:
bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1
juni in het jaar na afloop van het kalenderjaar,
respectievelijk vijf maanden na het subsidietijdvak,
waarvoor de subsidie is verleend;
bij een eenmalige subsidie, uiterlijk acht weken na het
verricht zijn van de activiteiten.
De aanvraag tot vaststelling bevat een:
inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten
waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;
overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden
uitgaven en inkomsten (financieel verslag of
jaarrekening);
balans van het afgelopen subsidietijdvak met een
toelichting daarop;
accountantsverklaring als bedoeld in artikel 2:393 van
het Burgerlijk Wetboek.
De accountant doet onderzoek naar de getrouwheid en rechtmatigheid van
het financieel verslag of de jaarrekening en legt de uitslag van zijn
onderzoek vast in de schriftelijke verklaring. Bij de verlening van de
subsidie kan worden bepaald, dat de opdracht aan de accountant tevens
strekt tot een onderzoek van de naleving van verplichtingen die aan de
subsidie verbonden zijn en de doelmatigheid van de bestedingen.
e.Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde onder
d.
Het college kan in de verleningsbeschikking bepalen dat ook
andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en
bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden
overgelegd.
Hoofdstuk 6
Artikel 15
Verantwoording subsidies vanaf € 50.000
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Tytsjerksteradiel 2016