Naar hoofdinhoud
1.. Voor de toepassing van deze verordening wordt als perceel aangemerkt: de onroerende zaak, bedoeld in Hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; een binnen de gemeente gelegen roerende zaak; een gedeelte van een roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; een samenstel van twee of meer roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. 2.. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: "gebruik maken" in Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken van een perceel als bedoeld in artikel 2, eerste lid; grijze container met groene deksel: container van 180 l bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval; grijze container met grijze deksel: container van 180 l bestemd voor huishoudelijk restafval dan wel bestemd voor afvalstoffen afkomstig van bedrijven en instellingen die door hun aard, omvang of hoeveelheid gelijktijdig met de huishoudelijke afvalstoffen periodiek worden ingezameld; grijze container met blauwe deksel: container van 180 l bestemd voor de inzameling van papier; grijze container met oranje deksel: container van 180 l bestemd voor de inzameling van plastic, metaal en drinkpakken in aangewezen delen van de gemeente; een PMD afvalzak: een doorzichtige plastic zak bestemd voor de inzameling van plastic, metaal en drinkpakken in aangewezen delen van de gemeente; Voorster afvalzak: een van gemeentewege ter beschikking gestelde afvalzak van 12,5 l, 25 l of 50 l bestemd voor de bij of krachtens de Afvalstoffenverordening genoemde afvalstoffen.

Rechtspraak bij dit artikel