**1..** Voor de toepassing van het tarief wordt een gedeelte van een in deze
verordening genoemde tijdseenheid en oppervlakte-eenheid als een
volle eenheid aangemerkt.
**2..** Bij het hebben van openbare aankondigingen wordt de tot reclame of
aankondiging dienende oppervlakte per voorwerp in aanmerking
genomen, uitgedrukt in tienden van vierkante meters.
**3..** Oppervlakte-eenheden worden per openbare aankondiging afgerond op
hele tienden van vierkante meters.
**4..** De oppervlakte van andere dan rechthoekige aankondigingen met een
mogelijke tweedimensionale projectie wordt gesteld op het product
van de twee aangrenzende zijden van een om de aankondiging
geplaatste denkbeeldige rechthoek.
**5..** De oppervlakte van andere dan rechthoekige aankondigingen met een
mogelijke driedimensionale projectie wordt gesteld op het product
van de zichtbare zijden van een om de aankondiging geplaatste
denkbeeldige balk of kubus.
**6..** Elke zijde van een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de
openbare weg wordt als apart dienende oppervlakte aangemerkt.
**7..** In afwijking van het derde lid wordt een voorwerp waarvan het totaal
aan dienend oppervlak niet groter is dan 0,1 m2 niet in
de berekening van de totale grondslag betrokken.
**8..** Als uit waarneming blijkt dat meerdere verschillende voorwerpen
waarvan het dienend oppervlak niet groter is dan 0,1 m2
het doel hebben om gezamenlijk als een openbare aankondiging te
fungeren wordt afgeweken van lid zes van dit artikel.
**9..** In geval een samenstel van voorwerpen het doel hebben om gezamenlijk
als een openbare aankondiging te dienen wordt de oppervlakte bepaald
over de gehele omtrek van de bij elkaar horende voorwerpen.
**10..** Bij toepassing van een maandtarief zal in totaal per jaar niet meer
worden geheven dan bij toepassing van het jaartarief voor dat jaar
zou zijn geheven.
Artikel 7
Berekening van de reclamebelasting
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Reclamebelasting 2016