**1..** De belastingschuld ontstaat bij het begin van het
heffingstijdvak.
**2..** Indien de belastingplicht na het begin van het heffingstijdvak
aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de
belastingplicht.
**3..** Indien het heffingstijdvak een jaar is en de belastingplicht in de
loop van het jaar aanvangt, wordt het verschuldigde
bedrag berekend naar zoveel twaalfde gedeelten van het jaartarief,
als na de aanvang van de belastingplicht volle maanden in het
heffingstijdvak overblijven.
**4..** Indien de belastingplicht in de loop van het heffingstijdvak
eindigt, kan op verzoek van de belastingplichtige
ontheffing verleend over zoveel maanden als na het tijdstip van de
beëindiging van de belastingplicht volle maanden in het
heffingstijdvak overblijven.
**5..** Indien de grondslag in de loop van het heffingstijdvak wordt
verlaagd, kan op verzoek van de belastingplichtige
vermindering worden verleend. Het nieuwe belastingbedrag wordt dan
evenredig naar het aantal volle maanden per tariefklasse per
heffingstijdvak vastgesteld. Elk navolgend heffingstijdvak begint op
de eerste dag van de maand na de maand waarin de verlaging van de
grondslag zich heeft voorgedaan.
**6.1.** Indien de grondslag in de loop van het heffingstijdvak wordt
verhoogd en daardoor de te hanteren grondslag in een
hogere tariefklasse valt, wordt het belastingbedrag evenredig
vastgesteld naar het aantal volle maanden per tariefklasse per
periode vastgesteld. Elk navolgend heffingstijdvak begint op de
eerste dag van de maand na de maand waarin de verhoging van de
grondslag zich heeft voorgedaan;
**6.2.** Indien al een aanslag voor hetzelfde heffingstijdvak is opgelegd
wordt de te weinig geheven belasting nagevorderd. Hierbij wordt
rekening gehouden met eerder opgelegde aanslag(en) reclamebelasting
voor hetzelfde heffingstijdvak.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Reclamebelasting 2016