De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk twee maanden na de
dagtekening van het aanslagbiljet.
In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval het
totaalbedrag van de op één aanslagbiljet
verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het
bedrag daarvan, minder is
dan € 2.000,- en de verschuldigde bedragen door middel van automatische
incasso van de betaalrekening
van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat:
a. aanslagen, zoals bedoeld in Hoofdstuk 1 (vast
bedrag per jaar) van de Tarieventabel, waarvan de
dagtekening ligt tussen 1 januari en 1 oktober van het belastingjaar
waarop ze betrekking hebben,
moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van
dagtekening van het
aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar overblijven, met een
maximum van tien;
b. aanslagen, zoals bedoeld in Hoofdstuk 1 (vast
bedrag per jaar) van de Tarieventabel, waarvan de
dagtekening ligt na 30 september van het belastingjaar waarop ze
betrekking hebben, moeten worden
betaald in drie gelijke termijnen;
c. aanslagen, zoals bedoeld in Hoofdstuk 2 (variabel
bedrag per lediging) van de Tarieventabel, in zes
gelijke termijnen moeten worden voldaan.
Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervalt de eerste
incassotermijn een maand na de
dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen
telkens een maand later.
3.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
leden gestelde termijnen.
Artikel 7
- Termijnen van betaling
Onderdeel van nr 04.15 Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2009