Artikel 1 van de Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2013
komt te luiden:
Artikel 1 Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
Aanbodinstrument: een aanbodinstrument als bedoeld in artikel 2.2.3,
eerste lid, waarop door corporaties woonruimte, aangewezen in
artikel 2.1.1 te huur wordt aangeboden;
Basisadministratie: de basisadministratie bedoeld in artikel 1.2 van
de Wet basisregistratie personen;
Betrokken gemeente: de gemeente waarin de woonruimte waarop de
ingevolge deze verordening gegeven of af te geven beschikking
betrekking heeft is gelegen;
Bezettingsnormen: de in artikel 2.3.3 vastgestelde
voorrangsregels;
Bindingscriterium: bindingscriterium op grond van artikel 2.4.5
gesteld aan woningzoekenden, om in aanmerking te komen voor voorrang
bij de verlening van een huisvestingsvergunning;
Burgemeester en wethouders: het College van burgemeester en
wethouders;
Complex: een aaneengesloten groep woonruimten die door burgemeester
en wethouders is aangewezen;
COA-voorziening: als bedoeld in artikel 2 van de Wet Centraal orgaan
opvang asielzoekers;
Corporaties: toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 70,
eerste lid van de Woningwet die werkzaam zijn in één of meer
gemeenten van de Stadsregio Amsterdam;
DAEB-norm: het in artikel 4, eerste lid aanhef en onder a, van de
Tijdelijke regeling diensten van algemeen economisch belang
toegelaten instellingen volkshuisvesting genoemde bedrag, of, als
Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting (kamerstuk
dossiernummer 32769) in werking is getreden: de inkomensgrens
bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Woningwet;
Dagelijks Bestuur: het dagelijks bestuur van de Stadsregio
Amsterdam;
Directe bemiddeling: het rechtstreeks aan een woningzoekende
aanbieden van woonruimte zonder dat die woonruimte via het
aanbodinstrument te huur is aangeboden;
Gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte,
geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
Huishouden: een alleenstaande dan wel twee personen met of zonder
kinderen, die een gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te
voeren;
Huisvestingsvergunning: de vergunning, bedoeld in artikel 7, eerste
lid, van de wet;
Huurprijs: de prijs die bij huur of verhuur is verschuldigd voor het
enkele gebruik van een woonruimte of standplaats voor een woonwagen,
uitgedrukt in een bedrag per maand berekend volgens het
woningwaarderingstelsel behorende bij het Besluit huurprijzen
woonruimte;
Indicatie: een beoordeling van de mate van zelfredzaamheid van een
woningzoekende, gemaakt door burgemeester en wethouders of een door
hen aan te wijzen adviseur, ter voorbereiding van een door hen te
nemen beslissing op een aanvraag om een huisvestingsvergunning;
Inkomen: rekeninkomen als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder i
van de Wet op de huurtoeslag;
Inschrijfduur: de inschrijfduur bedoeld in artikel 2.2.4, tweede
lid;
Inschrijving: het ingeschreven staan als woningzoekende;
instelling voor maatschappelijke opvang: een instelling als bedoeld
in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke
ondersteuning 2015;
liberalisatiegrens: het huurbedrag genoemd in artikel 13, eerste
lid, aanhef en onder a van de Wet op de huurtoeslag;
mantelzorg: mantelzorg als bedoeld in artikel 1, lid 1, onderdeel b
van de Wet maatschappelijke ondersteuning;
Onttrekkingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30,
eerste lid, van de Huisvestingswet;
Ontvangende regiogemeente: de regiogemeente waarnaar een houder van
een urgentieverklaring wil verhuizen, als bedoeld in artikel 2.6.4,
derde lid;
Onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet-zijnde woonruimte
bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft of welke niet
door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat dit
huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen
buiten die woonruimte, waarbij als wezenlijke voorzieningen worden
aangemerkt: keuken en toilet.
passende woonruimte: woonruimte die voldoet aan het in artikel
2.6.3, eerste lid, bedoelde zoekprofiel;
passendheidscriterium: passendheidscriterium op grond van artikel
2.4.4, tweede lid of vierde lid gesteld aan woningzoekenden, om in
aanmerking te komen voor voorrang bij de verlening van een
huisvestingsvergunning;
peildatum: de door burgemeester en wethouders vast te stellen datum,
bedoeld in artikel 2.6.8, tweede lid;
Platform: het Platform Woningcorporaties Noordvleugel Randstad.
rangordecriterium: een rangordecriterium als bedoeld in artikel
2.4.8;
regiogemeenten: de gemeenten die op 31 december 2014 deel uitmaakten
van de Stadsregio Amsterdam;
Regioraad: het algemeen bestuur van de Stadsregio Amsterdam.
Rekenhuur: de prijs die bij huur en verhuur per maand is
verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte zoals
omschreven in artikel 5 van de Wet op de huurtoeslag;
Short stay: het structureel aanbieden van een zelfstandige
woonruimte voor tijdelijke bewoning aan één huishouden voor een
aaneensluitende periode van tenminste één week en maximaal zes
maanden;
Splitsingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 33 van de
Huisvestingswet;
Stadsregio Amsterdam: plusregio in de zin van artikel 104 van de Wet
gemeenschappelijke regelingen zoals dat gold op 31 december 2014 dat
bestaat uit de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster,
Diemen, Edam-Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan,
Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad
en Zeevang;
Student: studenten als bedoeld in artikel 7:247 lid 4 van het
Burgerlijk Wetboek alsmede voltijdspromovendi bij binnen het gebied
van de Stadsregio Amsterdam gevestigde universiteiten;
Studentenwoning: woonruimte krachtens de daarop betrekking hebbende
huurovereenkomst bestemd voor studenten indien:
in de huurovereenkomst is bepaald dat de woonruimte na
beëindiging van de huurovereenkomst opnieuw aan een student
zal worden verhuurd; en,
die woonruimte die door het college van burgemeester en
wethouders in de regiogemeente waarin de woonruimte is
gelegen na overleg met de eigenaar is aangewezen als
studentenwoning;
Stuurgroep Wonen: het overleg bestaande uit een vertegenwoordiging
van burgemeester en wethouders van de regiogemeenten en de binnen de
regio actieve corporaties;
SV-urgentieverklaring: een urgentieverklaring waarmee een
woningzoekende is ingedeeld in de in artikel 2.6.8, eerste lid
aanhef en onder c bedoelde urgentiecategorie;
Traditionele doelgroep: de groep (degenen) die volgens de bepalingen
in artikel 18 van de voormalige Woonwagenwet voor een
bewonersverklaring in aanmerking kon (konden) komen;
Tweede woning huur: woonruimte met een rekenhuur hoger dan de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid onder a, van de Wet
op de huurtoeslag, die uitsluitend door de hoofdhuurder (of zijn gezinsleden) als
tweede woning in gebruik is. De hoofdhuurder heeft zijn hoofdverblijf buiten
de gemeente Amsterdam;
Tweede woning koop: woonruimte die wordt gebruikt door een
natuurlijk persoon die eigenaar is in de zin van het burgerlijk
wetboek en die zijn hoofdverblijf niet heeft in de gemeente
Amsterdam, waarbij het om niet meer dan één woonruimte kan
gaan;
urgentieverklaring: de beschikking waarmee een woningzoekenden in
een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de
wet wordt ingedeeld;
vergunninghouders: de vergunninghouders als bedoeld in artikel 28
van de Huisvestingswet 2014;
voorliggende voorziening: een voorziening die gelet op haar aard en
doel, wordt geacht voor het oplossen van het huisvestingsprobleem
van belanghebbende toereikend en passend te zijn;
Wet: de Huisvestingswet 2014;
Woningmarktregio: Stadsregio Amsterdam die bestaat uit de gemeenten
Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Diemen, Edam-Volendam,
Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend,
Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad en Zeevang.
Woning: zelfstandige woonruimte;
Woningruil: ruil waarbij twee of meer huishoudens zich daadwerkelijk
vestigen in elkaars woning;
Woningtype: de ingevolge het bepaalde in artikel 2.6.3, tweede lid,
in het zoekprofiel van een urgentieverklaring op te nemen categorie
woonruimte;
Woongroep: een samenlevingsverband bestaande uit tenminste drie
personen tussen wie geen familierechtelijke relatie bestaat.
Woonoppervlak: het gezamenlijk oppervlak van de vertrekken zoals dat
wordt berekend volgens het Besluit huurprijzen woonruimte.
Woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer
andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een
huishouden;
Woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een
standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden
verplaatst.
Zelfstandige woonruimte: woonruimte die een eigen toegang heeft en
welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit
huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen
buiten de woonruimte;
zelfredzaamheid: het naar het oordeel van burgemeester en wethouders
voldoende zelfstandig redzaam zijn om zelfstandig te kunnen
wonen;
Zelfstandige huurwoning: zelfstandige woonruimte, welke verhuurd
wordt;
Zoekgebied: het zoekgebied als bedoeld in artikel 2.6.3, derde lid
en artikel 2.6.4;
Zoekprofiel: het zoekprofiel als bedoeld in artikel 2.6.3, eerste
lid.