Naar hoofdinhoud
1.. Als een belanghebbende een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging 100 procent van de bijstand gedurende één maand bij de verplichtingen als bedoeld in artikel 18, vierde lid, onderdeel b, f en g, te weten: Geen uitvoering geven aan de door het college opgelegde verplichting om ingeschreven te staan bij een uitzendbureau: Het naar vermogen verkrijgen, het aanvaarden of het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid belemmeren door kleding, gebrek aan verzorging of gedrag; Het geen gebruik maken van door het college aangeboden voorzieningen, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling en niet mee te werken aan onderzoek naar zijn of haar mogelijkheden tot arbeidsinschakeling. 2.. Als een belanghebbende een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging 100% van de bijstand gedurende twee maanden bij de verplichtingen als bedoeld in artikel 18, vierde lid onderdeel a, c, d, e en h, te weten: Het niet aanvaarden of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; Het niet naar vermogen verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid in een andere dan de gemeente van inwoning, alvorens naar die andere gemeente te verhuizen; Niet bereid te zijn om te reizen over een afstand met een totale reisduur van 3 uur per dag of om te verhuizen, indien dat noodzakelijk is voor het naar vermogen verkrijgen, het aanvaarden of het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; Het niet verkrijgen en behouden van kennis en vaardigheden, noodzakelijk voor het naar vermogen verkrijgen, het aanvaarden of het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; Het zich niet onderwerpen aan een door het college verplicht gestelde behandeling van medische aard als bedoeld in artikel 55, noodzakelijk voor het naar vermogen verkrijgen, het aanvaarde of het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel