**1..** Indien belanghebbende niet of in onvoldoende mate heeft voldaan aan de inlichtingenplicht en sprake is van recidive als bedoeld in artikel 18a, het vijfde lid van de Participatiewet of artikel 20a vijfde lid IOAW/IOAZ, verrekent het college de recidiveboete zonder inachtneming van de beslagvrije voet.
**2..** In afwijking van het eerste lid, geldt voor belanghebbende met ten lasten komende kinderen, wiens bezit niet ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt dat het college de recidiveboete verrekent:
gedurende één maand zonder toepassing van de beslagvrije voet; en
aansluitend op de verrekening als bedoeld in onder a, de daaropvolgende twee maanden op dusdanige wijze dat belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van 50% van de toepasselijke bijstandsnorm.
**3..** De verrekening als bedoeld in het eerste en tweede lid vindt plaats gedurende een tijdvak van drie maanden vanaf het moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd,
Hoofdstuk 9.
Artikel 20.