**1..** Onder de naam "rioolheffing" worden geheven:
een heffing van degene die bij het begin van het
belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of
beperkt recht van een eigendom, dat direct of indirect is
aangesloten op de gemeentelijke riolering;
een heffing van de gebruiker van een eigendom, dat direct of
indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering;
een heffing van de gebruiker van een eigendom van waaruit
meer dan 1000 m3 afvalwater direct of indirect op
de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.
**2..** Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste lid,
onderdeel a. wordt, ingeval het eigendom een onroerende zaak is, als
genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt
degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de
kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat
tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt
heffing is.
**3..** Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste lid,
onderdeel b. wordt als gebruiker aangemerkt:
degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al
dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
persoonlijk recht gebruikt;
ingeval een gedeelte van een eigendom niet een gedeelte als
bedoeld in artikel 3 ten gebruike is afgestaan: degene die
dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan.
het ter beschikking stellen van een eigendom voor volgtijdig
gebruik wordt aangemerkt als gebruik door degene die het
eigendom ter beschikking heeft gesteld; degene die het
eigendom ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak
ter beschikking is gesteld.
Artikel 3
Belastbaar feit en belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Rioolheffing 2016