1.
De subsidieaanvraag moet worden ingediend binnen een door burgemeester en wethouders jaarlijks openbaar te maken tijdvak.
2.
De subsidieaanvraag moet schriftelijk worden ingediend op een door het college vastgesteld aanvraagformulier, zoals bedoeld in artikel 4:4 van de Algemene Wet Bestuursrecht.
3.
Uit de aanvraag moet blijken dat het plan vanuit het dorp of de wijk is voorbereid, welk draagvlak dit heeft van bewoners, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven en welk advies de erkende overlegpartner ten aanzien van het plan geeft.
4.
Bij de subsidieaanvraag moet een activiteiten- en/of investeringsplan zoals omschreven in artikel 1 worden overlegd, op basis waarvan de aanvraag getoetst kan worden aan de criteria genoemd in artikel 6 van deze beleidsregel.
5.
Bij de subsidieaanvraag moet een begroting van uitgaven en inkomsten worden overlegd, zoals bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, onder b van de Algemene Wet Bestuursrecht.
5.
Ondernemers moeten volgens Europese regelgeving inzake staatssteun bij de aanvraag een ondertekende “Verklaring de minimis-steun” overleggen.