1.Corporaties en één of meer regiogemeenten kunnen een
experiment organiseren. Zij stellen daartoe de opzet van het
experiment vast, welke tenminste het volgende bevat:
a.een beschrijving van het doel en de inhoud van het experiment;
en,
b.het toepassingsbereik van het experiment; en,
c.de tijdsduur van het experiment; en,
d.de wijze van begeleiding van het experiment gedurende de duur
van het experiment; en,
e.de wijze en punten waarop het experiment geëvalueerd
wordt.
2.Een experiment heeft een maximale duur van twee jaar en
betreft per jaar maximaal tien procent van de in dat jaar toe te
wijzen woonruimten van de corporaties die bij het experiment
betrokken zijn.
3.Een experiment vangt pas aan nadat de Stuurgroep Wonen de
experimentenopzet heeft goedgekeurd. Bij zijn beslissing tot
goed- dan wel afkeuring van de experimentenovereenkomst neemt de
Stuurgroep Wonen de belangen van een evenwichtige,
rechtvaardige, doelmatige en transparante verdeling van
woonruimte in acht.
Hoofdstuk 2 › AFDELING I › Paragraaf 5
Artikel 2.5.2
Experimenten met woonruimten van corporaties
Onderdeel van Huisvestingsverordening Ouder-Amstel 2016