1.Een urgentieverklaring wordt aangevraagd:
a.bij burgemeester en wethouders van de regiogemeente waar de
aanvrager blijkens diens inschrijving in de basisregistratie
zijn woonadres heeft; of,
b.bij burgemeester en wethouders van de regiogemeente waar de
aanvrager wil gaan wonen, als de aanvrager niet in de
woningmarktregio woont.
2.Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na de
datum van ontvangst van de aanvraag. Zij kunnen deze termijn
eenmaal verlengen met ten hoogste vier weken en maken hun
besluit daartoe bekend binnen de in de vorige zin genoemde
termijn.
3.De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van de volgende
gegevens en bescheiden:
a.stukken waaruit blijkt dat de aanvrager als woningzoekende is
ingeschreven in een aanbodinstrument;
b.informatie over de aard en de oorsprong van het
huisvestingsprobleem dat aan de aanvraag ten grondslag ligt;
en
c.informatie over het inkomen en het vermogen van het huishouden
van aanvrager.
4.Het bepaalde in het vorige lid, aanhef en onder a, is niet van
toepassing op een aanvraag die een verzoek om indeling in een
urgentiecategorie als bedoeld in artikel 2.6.6 inhoudt.
Hoofdstuk 2 › AFDELING I › Paragraaf 6
Artikel 2.6.2
Aanvraag om een urgentieverklaring
Onderdeel van Huisvestingsverordening Ouder-Amstel 2016