1.Burgemeester en wethouders kunnen een bestuurlijke boete opleggen bij
overtreding van de verboden bedoeld in artikel 8, 21 of 22 van de wet of
handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in
artikel 24 van de wet.
2.De bestuurlijke boete voor overtreding van het verbod, bedoeld in
artikel 8, eerste lid, van de wet bedraagt:
a.voor de eerste overtreding en voor een herhaalde overtreding na een
periode van 12 maanden: € 340;
b.voor een herhaalde overtreding binnen een periode van 12 maanden: €
340.
3.De bestuurlijke boete voor overtreding van het verbod, bedoeld in
artikel 8, tweede lid, van de wet bedraagt:
a.voor de eerste overtreding en voor een herhaalde overtreding na een
periode van 12 maanden: € 3.000;
b.voor een herhaalde overtreding binnen een periode van 12 maanden: €
4.500.
4.De bestuurlijke boete voor overtreding van het verbod, bedoeld in
artikel 21 of 22 van de wet, of voor handelen in strijd met de
voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 24 van de wet,
bedraagt:
a.voor de eerste overtreding en voor een herhaalde overtreding na een
periode van 12 maanden: € 12.000;
b.voor een herhaalde overtreding binnen een periode van 12 maanden: €
18.500.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 3
Artikel 4.3.1
Handelen zonder of in strijd met een vergunning
Onderdeel van Huisvestingsverordening Ouder-Amstel 2016